dinsdag, augustus 21, 2007

Naar Spanje


Om onze kids tijdens de korte autoreis (6 uur) naar midden Frankrijk op de achterbank rustig te houden gaf mijn vader hen een dvdschermpje dat aan de hoofdsteun vastgehaakt kon worden. Wat een ongelooflijke luxe. Dvd'tje glijdt in het apparaat en weg zijn de "wanneer zijn we ers" en de "hoelang nog ers"
25 jaar geleden was het wel wat anders. Toen was de reisduur meer dan het dubbel en reden we in een sterke renault 12 break naar het zuiden zonder filmpjes, zonder gps, zonder airco (!), zonder cd's maar met een karrevracht jommekes.
Mijn broer had de onwaarschijnlijke gave om te slapen wanneer, waar en (belangrijk) hoe hij wilde. Hij kon moeiteloos zijn lichaam te ruste legde bovenop de bagage, op de autovloer, tussen twee zetels, met zijn hoofd onder de zetel van de bestuurder terwijl hij zijn benen in de lucht liet bengelen. Zijn hersenen verwittigden hem bij tijd en wijle dat één of ander lichaamsdeel geen bloedtoevoer meer kreeg. Dan schokte hij recht vroeg zwetend of we er al waren en vertrok na een zenuwachtige grom van ons ma weer naar het land van de knik. Ik mag er nu, in tijden van verplichte veiligheidsgordels en airbags, niet aan denken hoe ambulanciers hem uit een verhakkelde auto zouden moeten lepelen mocht het verschrikkelijke ooit gebeurd zijn.
Pa verkoos bijna ieder jaar de route soleil. Saai, altijd rechtdoor, streep-streep-streep, kaaskoppen met caravans achter ons, vadsige zauercroutvreters in grote bakken voor ons terwijl franse schlagers uit de jaren zeventig krakend vanuit de ether het snot tussen onze oren wegvraten. Voor een zeven -en een tienjarige op de achterbank was dit een 13 uur durende kwelling.
Ik herinner me een jaar dat pa na een creatieve lichtflits en uit aangeboren drang naar avontuur koos om via de lichtstad naar het zuiden te rijden en, ach, er voor de lol een paar kilometertjes bison futé bij te plannen. Na vijf uur cruisen stonden we in het midden van de ring rond Parijs aan het einde van een afrit in het holst van de nacht de weg te vragen aan een verdwaalde Parijzenaar. Ik heb pa nog nooit zo hard horen vloeken. En ons ma kon hem niet helpen wegens (1) vrouw zijn en dus kaartlezen beschouwen als onnodig en vervelend en (2) aardedonkere wagen met een leeslampje dat niet meer dan een halve watt licht gaf. .. maar we zijn, drie dagen later, voorbij La Jonquera geraakt.
Vanaf Perpignan kwam er bij ons ma een lichte glimlach op de lippen. Die glimlach werd steevast een slappe lach als we de Catalaanse hoofdweg bij het bordeel 'La Pera' afsloegen richting Toroella de Montgri. Waarom een bordeel ons ma deed schateren was voor ons beiden jarenlang een raadsel.
Deze trip herhaalden we een keer of twaalf heen en dan nog es twaalf terug. Ieder jaar was het bang afwachten hoe we die afmattende tijd zouden kunnen doden of hoe pa de dertienhonderd kilometer sneller zou kunnen afleggen. Ieder jaar weer dat verschrikkelijke bord: LYON 540km. En dan waren we pas IN DE HELFT.
Op één van die terugreizen las ik uit pure verveling een boek voor volwassenen. 'De Patriotten' van James Barlow. Vervelend verhaal, niet echt spannend tot op een moment, natuurlijk na een pagina of 200, het hoofdpersonage door een vrouwelijke bijrol (ik denk dat ze Teresa heette) ... met hete olie gepijpt werd. Ik denk dat ik die zin twintig keer met gloeiend rode oortjes gelezen heb. Vanaf dat moment mocht voor mij de reis tien uur langer duren. Het was ook het moment dat mijn 'interesse' in literatuur en James Barlow wortel schoot. Barlow viel af, literatuur bleef.

Vandaag zie ik in de meeste tot in de puntjes uitgeruste wagens naar het zuiden op de kopsteun een dvdschermpje plakken. Een goede zaak voor de stilte maar een ervaring als die ik had tussen kilometerpaal 13 en 14 ter hoogte van Metz beleefde zal het grut niet meemaken.

Geen opmerkingen: